default iconVolledige regels carbidschieten

Artikel 2.73a Carbidschieten

  1. Carbidschieten in de openlucht is verboden.
  2. Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien het carbidschieten plaatsvindt tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur op een terrein gelegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde de openbare weg.
  3. Ten behoeve van het carbidschieten als bedoeld in lid 2 van dit artikel kunnen door het college nadere regels worden gesteld.
  4. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast in het belang van de natuurbescherming plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gesteld in het tweede en het vierde lid niet van toepassing is.
  5. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in lid 1 gestelde verbod.
  6. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.73a lid 3 van de APV Raalte 2009

Algemeen

Het carbidschieten mag alleen als:

  1. Daarbij gebruik word gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 50 liter.
  2. Daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving.
  3. Degene die het carbidschieten verricht, een schriftelijke toestemming daartoe kan overleggen van de eigenaar van het terrein van waaraf wordt geschoten. 
  4. Binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal niet meer dan tien bussen voor het carbidschieten worden gebruikt dan wel gebruiksklaar voor carbidschieten aanwezig worden gehouden.
  5. Het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten minste 16 jaar oud, onder toezicht van ten minste één persoon van ten minste 18 jaar oud.

Afstanden

De plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is gelegen op een afstand van ten minste:

  1. 100 meter van woonbebouwing.
  2. 300 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg.
  3. 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren.
  4. 500 meter van een vogelbeschermingsgebied.

Schieten

  1. Er dient te worden geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen.
  2. Er mogen geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten.
  3. Het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen van de bus waarmee geschoten wordt moet op een dusdanig manier geschieden dat hierdoor geen schade aan mens, dier of goed wordt veroorzaakt.

Schootsveld

  1. Het vrijschootsveld moet ten minste 75 meter zijn en hierin mogen geen verharde openbare wegen of paden liggen.
  2. Binnen het vrijschootsveld van 75 meter mag geen publiek aanwezig zijn.

Terrein

Het terrein van waaraf wordt geschoten is:

  1. Afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal
  2. Het terrein is verlicht indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang.